Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:594 ECLI:NL:HR:2026:594 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:594 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:594
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02682 Datum 10 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: [verzoeker], advocaat: M.J. van Basten Batenburg, tegen STICHTING MAASWONEN, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: MaasWonen, advocaat: S.F. Sagel. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikkingen in de zaak 10922639 VZ VERZ 24-1047 van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2024 en 2 oktober 2024; b. de beschikking in de zaak 200.349.323/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025. [verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. MaasWonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:594 · Hoge Raad: van Basten Batenburg, tegen STICHTING MAASWONEN, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: MaasWonen, advocaat: S.F. Sagel. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikkingen in de zaak 10922639 VZ VERZ 24-1047 van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2024 en 2 oktober 2024; b. de beschikking in de zaak 200.349.323/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025. [verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. MaasWonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02682 Datum 10 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: [verzoeker], advocaat: M.J. van Basten Batenburg, tegen STICHTING MAASWONEN, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: MaasWonen, advocaat: S.F. Sagel. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikkingen in de zaak 10922639 VZ VERZ 24-1047 van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2024 en 2 oktober 2024; b. de beschikking in de zaak 200.349.323/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025. [verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. MaasWonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MaasWonen begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026.