ECLI:NL:HR:2026:561 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02867 Datum 7 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2024, nummer 23-001936-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:561 · Hoge Raad: De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02867 Datum 7 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2024, nummer 23-001936-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.A.C. Frijns bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel 2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde. Het eerste cassatiemiddel betreft het daderschap van de verdachte. Het derde cassatiemiddel ziet op het bewijs van zwaar lichamelijk letsel. 2.2 De cassatiemiddelen falen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 4.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026.