Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:49 ECLI:NL:HR:2026:49 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:49 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:49
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/03592 B Datum 10 februari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024, nummers AV 000877-23, AV 000884-23, AV 000882-23 en AV 000880-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [bank 1] , [bank 2] N.V., [bank 3] N.V., [bank 4] N.V., alle gevestigd in [plaats] (Suriname), hierna: de klaagsters.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:49 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/03592 B Datum 10 februari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024, nummers AV 000877-23, AV 000884-23, AV 000882-23 en AV 000880-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [bank 1] , [bank 2] N.V., [bank 3] N.V., [bank 4] N.V., alle gevestigd in [plaats] (Suriname), hierna: de klaagsters.

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/03592 B Datum 10 februari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024, nummers AV 000877-23, AV 000884-23, AV 000882-23 en AV 000880-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [bank 1] , [bank 2] N.V., [bank 3] N.V., [bank 4] N.V., alle gevestigd in [plaats] (Suriname), hierna: de klaagsters.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagsters. Namens deze hebben de advocaten A.J.F. Gonesh, A. Verbruggen, R. de Bree en F.H.H. Sijbers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadslieden Gonesh, Verbruggen en De Bree hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheer T. Kooijmans als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.