Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:45 ECLI:NL:HR:2026:45 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:45 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:45
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04421 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [verzoeker] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verzoeker.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:45 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04421 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [verzoeker] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verzoeker.

Keywords

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04421 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [verzoeker] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verzoeker.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep. De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.