Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:396 ECLI:NL:HR:2026:396 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:396 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:396
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01682 Datum 13 maart 2026 ARREST In de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , Duitsland, EISER tot cassatie, hierna: [eiser] , advocaat: aanvankelijk K. Aantjes, thans J.C. Zevenberg, tegen 1. [verweerder 1] , handelende onder de naam [A] , te [plaats] , 2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [plaats] , VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders] , niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 9821887 CV EXPL 22-1892 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2023 en 21 juni 2023; b. de arresten in de zaak 200.329.650/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023 en 11 maart 2025. [eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerders] is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:396 · Hoge Raad: Aantjes, thans J.C. Zevenberg, tegen 1. [verweerder 1] , handelende onder de naam [A] , te [plaats] , 2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [plaats] , VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders] , niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 9821887 CV EXPL 22-1892 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2023 en 21 juni 2023; b. de arresten in de zaak 200.329.650/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023 en 11 maart 2025. [eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerders] is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01682 Datum 13 maart 2026 ARREST In de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , Duitsland, EISER tot cassatie, hierna: [eiser] , advocaat: aanvankelijk K. Aantjes, thans J.C. Zevenberg, tegen 1. [verweerder 1] , handelende onder de naam [A] , te [plaats] , 2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [plaats] , VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders] , niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 9821887 CV EXPL 22-1892 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2023 en 21 juni 2023; b. de arresten in de zaak 200.329.650/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023 en 11 maart 2025. [eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 maart 2025 beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerders] is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.