Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:394 ECLI:NL:HR:2026:394 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:394 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:394
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00948 Datum 13 maart 2026 ARREST In de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, hierna: [eiser], advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerster 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna: [verweerders], advocaat: R.T. Wiegerink. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/688016/ HA ZA 20-808 van de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2021, 12 mei 2021 en 29 december 2021; b. de arresten in de zaak 200.308.985/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2024 en 17 december 2024. [eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:394 · Hoge Raad: De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00948 Datum 13 maart 2026 ARREST In de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, hierna: [eiser], advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerster 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna: [verweerders], advocaat: R.T. Wiegerink. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/688016/ HA ZA 20-808 van de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2021, 12 mei 2021 en 29 december 2021; b. de arresten in de zaak 200.308.985/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2024 en 17 december 2024. [eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.