ECLI:NL:HR:2026:360 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03703 Datum 6 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juli 2025, nrs. 24/2112 ZW en 24/2113 WIA, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2025. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:360 · Hoge Raad: De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03703 Datum 6 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juli 2025, nrs. 24/2112 ZW en 24/2113 WIA, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2025. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.