ECLI:NL:HR:2026:284 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01387 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2024, nummer 23-002619-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:284 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01387 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2024, nummer 23-002619-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01387 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2024, nummer 23-002619-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat A. van Kernebeek, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026.