Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:261 ECLI:NL:HR:2026:261 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:261 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:261
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02731 Datum 20 februari 2026 ARREST op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juli 2025, nr. SGR 24/7893 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 10 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:261 · Hoge Raad: (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juli 2025, nr. SGR 24/7893 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 10 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02731 Datum 20 februari 2026 ARREST op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juli 2025, nr. SGR 24/7893 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 10 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.

Het griffierecht is niet voldaan. 1.2 De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 9 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 5 november 2025 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. 1.3 Op 10 oktober 2025 heeft belanghebbende ter zake van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan. Aangezien dat verzoek niet is gedaan vóór het einde van de voor de betaling van het griffierecht gestelde termijn, slaat de Hoge Raad op dat verzoek geen acht. 1.4 Het hiervoor overwogene brengt mee dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.