Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:246 ECLI:NL:HR:2026:246 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:246 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:246
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00147 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X5] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2024, nrs. 24/3123 tot en met 24/3126, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/5200 tot en met HAA 21/5202 en HAA 24/81), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken april, mei, juni en juli 2021.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:246 · Hoge Raad: 24/3123 tot en met 24/3126, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/5200 tot en met HAA 21/5202 en HAA 24/81), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken april, mei, juni en juli 2021.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00147 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X5] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2024, nrs. 24/3123 tot en met 24/3126, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/5200 tot en met HAA 21/5202 en HAA 24/81), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken april, mei, juni en juli 2021.

1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.R. Hauser en M. van den Beucken, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 14 november 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

2Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00146, ECLI:NL:HR:2026:124. 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHAMS:2024:3554. ECLI:NL:PHR:2025:1239.