Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:207 ECLI:NL:HR:2026:207 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:207 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:207
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01263 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2023, nummer 20-001669-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:207 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01263 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2023, nummer 20-001669-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de verdachte.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01263 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2023, nummer 20-001669-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.A.P. van Breukelen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Verzoek om een prejudiciële beslissing In het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de samenhangende zaak 23/01262, ECLI:NL:HR:2026:205, heeft de Hoge Raad bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna:

Hof van Justitie) een verzoek ingediend uitspraak te doen over de in dat arrest geformuleerde prejudiciële vragen. Omdat de beantwoording van die vragen door het Hof van Justitie van belang is voor de beoordeling van het cassatieberoep in deze zaak, zal de Hoge Raad iedere verdere beslissing aanhouden. 3Beslissing De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie in voormelde samenhangende zaak naar aanleiding van het daarin omschreven verzoek uitspraak zal hebben gedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J.

Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.