Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:190 ECLI:NL:HR:2026:190 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:190 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:190
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04383 Datum 6 februari 2026 ARREST In de zaak van AMSTERDAM-INN B.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, hierna: Centre Hotel, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [verhuurder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [verhuurder] , advocaat: R.L.M.M. Tan. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar: a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494); b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024. Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:190 · Hoge Raad: Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04383 Datum 6 februari 2026 ARREST In de zaak van AMSTERDAM-INN B.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, hierna: Centre Hotel, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [verhuurder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [verhuurder] , advocaat: R.L.M.M. Tan. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar: a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494); b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024. Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen. 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026; - veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026.