ECLI:NL:HR:2026:187 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02694 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003705-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:187 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02694 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003705-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02694 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003705-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten – wat betreft het eerste en het tweede cassatiemiddel mede gelet op de gronden die in rubriek 2 zijn vermeld in het vandaag uitgesproken arrest in de zaak 24/02748, ECLI:NL:HR:2026:178 – niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet verder te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van de klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.