Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:151 ECLI:NL:HR:2026:151 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:151 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:151
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00583 Datum 3 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 februari 2024, nummer 22-003018-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:151 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00583 Datum 3 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 februari 2024, nummer 22-003018-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00583 Datum 3 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 februari 2024, nummer 22-003018-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [A] BV en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering van de benadeelde partij [A] B.V. en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt.

De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing over de vordering van de benadeelde partij [A] B.V. en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.

Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.