Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:1241 ECLI:NL:HR:2026:1241 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1241 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:1241
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02614 Datum 10 juli 2026 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders], advocaat: M.H. Visscher. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/720998/ HA ZA 22-592 van de rechtbank Amsterdam van 7 december 2022 en 15 maart 2023; b. het arrest in de zaak 200.333.965/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1241 · Hoge Raad: van Swaaij, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders], advocaat: M.H. Visscher. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/720998/ HA ZA 22-592 van de rechtbank Amsterdam van 7 december 2022 en 15 maart 2023; b. het arrest in de zaak 200.333.965/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02614 Datum 10 juli 2026 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders], advocaat: M.H. Visscher. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/720998/ HA ZA 22-592 van de rechtbank Amsterdam van 7 december 2022 en 15 maart 2023; b. het arrest in de zaak 200.333.965/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.