ECLI:NL:HR:2026:1232 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 26/00065 Br Datum 14 juli 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 12 augustus 2025, nummer RK 25/013283, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de klager.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:1232 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 26/00065 Br Datum 14 juli 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 12 augustus 2025, nummer RK 25/013283, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de klager.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 26/00065 Br Datum 14 juli 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 12 augustus 2025, nummer RK 25/013283, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten T.H.L. Kneepkens en M.D. Rijnsburger bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad heeft bij zijn beschikking van vandaag in de beklagzaak van [naam 1] (25/04301 Bv, ECLI:NL:HR:2026:1230) het cassatieberoep verworpen, waardoor in die zaak onherroepelijk is beslist. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling kan nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 en 3.2. (Vgl. HR 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:565, rechtsoverweging 2.4.1 en 2.4.2.) 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.