Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:1155 ECLI:NL:HR:2026:1155 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1155 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:1155
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02780 Datum 3 juli 2026 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres] , advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele, tegen Ide Jan WOLTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., kantoorhoudende te Bolsward, VERWEERDER in cassatie, hierna: de curator, niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/17/183723 / HA ZA 22-96 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024; b. het arrest in de zaak 200.340.980 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Tegen de curator is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1155 · Hoge Raad: van Swaaij en R.J. ter Rele, tegen Ide Jan WOLTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., kantoorhoudende te Bolsward, VERWEERDER in cassatie, hierna: de curator, niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/17/183723 / HA ZA 22-96 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024; b. het arrest in de zaak 200.340.980 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Tegen de curator is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02780 Datum 3 juli 2026 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres] , advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele, tegen Ide Jan WOLTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., kantoorhoudende te Bolsward, VERWEERDER in cassatie, hierna: de curator, niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/17/183723 / HA ZA 22-96 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2024; b. het arrest in de zaak 200.340.980 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 mei 2025. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Tegen de curator is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 3 juli 2026.