ECLI:NL:HR:2026:1124 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03612 Datum 30 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 september 2025, nummer 21-003746-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedartikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:1124 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering). 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03612 Datum 30 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 september 2025, nummer 21-003746-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering). 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.