Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:1069 ECLI:NL:HR:2026:1069 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1069 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:1069
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00781 E Datum 30 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 29 januari 2025, nummer 21-005066-19, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:1069 · Hoge Raad: Dat op de akte van uitreiking is aangetekend “ontvanger heeft brief gelezen maar gaf deze terug wilde hem niet hebben”, doet daaraan niet af. Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 29 januari 2025. Het beroep is echter pas ingesteld op 28 februari 2025. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00781 E Datum 30 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 29 januari 2025, nummer 21-005066-19, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Greven bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 In artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend (uitgereikt). 2.2 Volgens de stukken is de oproeping om op de terechtzitting van het hof van 15 januari 2025 te verschijnen aan de verdachte in persoon betekend.

Dat op de akte van uitreiking is aangetekend “ontvanger heeft brief gelezen maar gaf deze terug wilde hem niet hebben”, doet daaraan niet af. Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 29 januari 2025. Het beroep is echter pas ingesteld op 28 februari 2025. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J.

Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.