Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:958 ECLI:NL:HR:2025:958 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:958 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:958
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00112 C Datum 1 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2023, nummer H 90/22, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:HR:2025:958 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie.

Keywords

AI generated
artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht
2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00112 C Datum 1 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2023, nummer H 90/22, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie.

De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.