Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:911 ECLI:NL:HR:2025:911 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:911 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:911
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/03236 Datum 13 juni 2025 ARREST In de zaak van 1. [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiseres 2] , wonende te [woonplaats] , EISERS tot cassatie, hierna gezamenlijk: [Eigenaar van dienend erf] , advocaten: M. Littooij en M.B.A. Alkema, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [Eigenaar van heersend erf] , advocaat: H.J.W. Alt. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/05/397013 / HZ ZA 21-407 van de rechtbank Gelderland van 4 mei 2022 en 6 juli 2022; b. de arresten in de zaak 200.317.814 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 december 2022, 21 november 2023 en 21 mei 2024. [Eigenaar van dienend erf] hebben tegen het arrest van het hof van 21 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld. [Eigenaar van heersend erf] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:911 · Hoge Raad: De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [Eigenaar van dienend erf] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/03236 Datum 13 juni 2025 ARREST In de zaak van 1. [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiseres 2] , wonende te [woonplaats] , EISERS tot cassatie, hierna gezamenlijk: [Eigenaar van dienend erf] , advocaten: M. Littooij en M.B.A. Alkema, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [Eigenaar van heersend erf] , advocaat: H.J.W. Alt. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/05/397013 / HZ ZA 21-407 van de rechtbank Gelderland van 4 mei 2022 en 6 juli 2022; b. de arresten in de zaak 200.317.814 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 december 2022, 21 november 2023 en 21 mei 2024. [Eigenaar van dienend erf] hebben tegen het arrest van het hof van 21 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld. [Eigenaar van heersend erf] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [Eigenaar van dienend erf] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [Eigenaar van dienend erf] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [Eigenaar van heersend erf] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [Eigenaar van dienend erf] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 juni 2025.