Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:907 ECLI:NL:HR:2025:907 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:907 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:907
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/02823 Datum 13 juni 2025 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V. IN LIQUIDATIE, gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: A.C. van Schaick, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: [verweerder 1], advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms, 2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, hierna: [verweerder 1] B.V., niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/16/524883 / HL ZA 21-201 van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2021 en 4 januari 2023; b. de arresten in de zaak 200.325.284/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2023 en 2 juli 2024. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 2 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld. [verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:907 · Hoge Raad: Tegen [verweerder 1] B.V. is verstek verleend. De zaak is voor [verweerder 1] toegelicht door zijn advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/02823 Datum 13 juni 2025 ARREST In de zaak van [eiseres] B.V. IN LIQUIDATIE, gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: A.C. van Schaick, tegen 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: [verweerder 1], advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms, 2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, hierna: [verweerder 1] B.V., niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/16/524883 / HL ZA 21-201 van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2021 en 4 januari 2023; b. de arresten in de zaak 200.325.284/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2023 en 2 juli 2024. [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 2 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld. [verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Tegen [verweerder 1] B.V. is verstek verleend. De zaak is voor [verweerder 1] toegelicht door zijn advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerder 1] B.V. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 juni 2025.