Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:846 ECLI:NL:HR:2025:846 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:846 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:846
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01883 Datum 10 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023, nummer 22-001954-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:846 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01883 Datum 10 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023, nummer 22-001954-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01883 Datum 10 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023, nummer 22-001954-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R. Dijkstra bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.