Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:842 ECLI:NL:HR:2025:842 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:842 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:842
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02428 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2023, nummer 21-001278-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 14c lid 2 Sr; ECLI:NL:HR:2025:842 · Hoge Raad: Het hof ziet eveneens aanleiding om te bepalen dat verdachte gedurende de proeftijd geen honden mag houden. Het hof zal de door de rechtbank geformuleerde bijzondere voorwaarde daarom opnieuw aan de voorwaardelijke straf verbinden.” 2.3 Artikel 14c leden 2, 3 en 6 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt: “2. Bij toepassing van artikel 14a kunnen voorts de volgende bijzondere voorwaarden worden gesteld, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, dan wel binnen een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen: (...) 14°. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende.

Keywords

AI generated
artikel 14c lid 2 Sr

Cited Legislation

AI generated
artikel 14c lid 2 Sr

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2025:119
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03000 Datum 4 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2022, nummer 20-003307-19, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, hierna: de verdachte. 1.Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is “zijn medewerking te verlenen aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers”. 2.2.1 Het hof heeft de verdachte voor 1. het in de periode van 1 januari 2017 tot en met 14 juni 2018 in bezit hebben en 2. het in de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 juni 2017 vervaardigen van – kort gezegd – beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik (kinderporno), telkens meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met onder meer de bijzondere voorwaarde dat de verdachte:

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02428 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2023, nummer 21-001278-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.C.H. Pronk bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarden dat “de veroordeelde geen honden houdt of door (een) ander(en) laat houden, in en om zijn verblijfplaats, noch ergens anders” en “de veroordeelde meewerkt aan de controles op de bovengenoemde voorwaarde door de politie”, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de door het hof gestelde bijzondere voorwaarde die betrekking heeft op het meewerken aan controles door de politie. 2.2.1 Het hof heeft de verdachte voor het “zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren” en het “zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren” veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken, met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden:

“Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde geen honden houdt of door (een) ander(en) laat houden, in en om zijn verblijfplaats, noch ergens anders. Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan de controles op de bovengenoemde voorwaarde door de politie.” 2.2.2 Het hof heeft over de strafoplegging onder meer overwogen: “Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen van één van zijn honden (een pup), waardoor het pijn en letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het onthouden van de nodige verzorging aan zijn honden.

De verdachte heeft hiermee de op hem, als houder van die dieren, rustende verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn honden miskend. Het houden van dieren is niet vrijblijvend. Wie dieren houdt, draagt daar ook verantwoordelijkheid voor. Dieren zijn machteloos en zijn afhankelijk van hun verzorger. (...) Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Het hof ziet eveneens aanleiding om te bepalen dat verdachte gedurende de proeftijd geen honden mag houden. Het hof zal de door de rechtbank geformuleerde bijzondere voorwaarde daarom opnieuw aan de voorwaardelijke straf verbinden.” 2.3 Artikel 14c leden 2, 3 en 6 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt: “2. Bij toepassing van artikel 14a kunnen voorts de volgende bijzondere voorwaarden worden gesteld, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, dan wel binnen een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen: (...) 14°. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende.

3. Indien bij de toepassing van artikel 14a een bijzondere voorwaarde is gesteld, zijn daaraan van rechtswege de voorwaarden verbonden dat de veroordeelde:(...)b. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in het zesde lid, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.

6. De rechter kan opdracht geven dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt.” 2.4 Het hof heeft als bijzondere voorwaarde gesteld dat de veroordeelde meewerkt aan de controles door de politie, waarbij die controles erop zijn gericht of de veroordeelde zich houdt aan een andere gedragsvoorwaarde, namelijk dat hij geen honden houdt of laat houden. Het gaat bij deze bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan de controles door de politie, dus om een gedragsvoorwaarde die een gedraging van de veroordeelde betreft en die ertoe strekt het toezicht op (een) andere door de rechter op grond van artikel 14c lid 2 Sr gestelde bijzondere voorwaarde(n) mogelijk te maken of te bevorderen.

Voor zo’n gedragsvoorwaarde geldt onder meer dat het moet gaan om een voldoende precies geformuleerd gedragsvoorschrift dat niet verder mag strekken dan voor het toezicht op de naleving van de andere bijzondere voorwaarde(n) noodzakelijk is. (Vgl. HR 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:119.) De door het hof gestelde bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan “de controles” door de politie voldoet niet hieraan, nu niet blijkt in welke vorm en met welke frequentie de politie uitvoering mag geven aan de controles waaraan de veroordeelde medewerking moet verlenen. 2.5 Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het.

De Hoge Raad zal daarom de uitspraak van het hof vernietigen voor zover het hof de bijzondere voorwaarde heeft gesteld dat de veroordeelde meewerkt aan de controles door de politie. 3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst daarvan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof als bijzondere voorwaarde heeft gesteld “dat de veroordeelde meewerkt aan de controles op bovengenoemde voorwaarde door de politie”; - verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.