ECLI:NL:HR:2025:841 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00588 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 februari 2023, nummer 21-002049-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:841 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00588 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 februari 2023, nummer 21-002049-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de verdachte.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00588 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 februari 2023, nummer 21-002049-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Sietsma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/00541 (ECLI:NL:HR:2025:840). 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.