Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:781 ECLI:NL:HR:2025:781 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:781 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:781
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/02335 Datum 23 mei 2025 ARREST in de zaak van DE ERVEN VAN [A] (hierna: belanghebbenden) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023, nr. 21/01282, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/8221) betreffende de aan [A] voor het jaar 2019 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:781 · Hoge Raad: 21/01282, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/8221) betreffende de aan [A] voor het jaar 2019 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/02335 Datum 23 mei 2025 ARREST in de zaak van DE ERVEN VAN [A] (hierna: belanghebbenden) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023, nr. 21/01282, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/8221) betreffende de aan [A] voor het jaar 2019 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1Geding in cassatie

Belanghebbenden, vertegenwoordigd door V.J. de Groot, hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025. ECLI:NL:GHSHE:2023:1793.