ECLI:NL:HR:2025:730 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03825 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 december 2006, nummer 22-000036-06, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:730 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03825 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 december 2006, nummer 22-000036-06, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03825 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 december 2006, nummer 22-000036-06, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de beslissing van het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde alsmede de strafoplegging en de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen, tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde en tot terugwijzing naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak wat betreft de strafoplegging opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel voert aan dat wat betreft feit 1 subsidiair en feit 2 het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt.
De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.5. 2.3 De Hoge Raad zal wat betreft feit 1 subsidiair en feit 2 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 21 december 2005, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde (daaronder begrepen de beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen) en de strafoplegging; - verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wat betreft het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak wat betreft de strafoplegging voor het onder 3 bewezenverklaarde opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.