ECLI:NL:HR:2025:72 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/02859 Datum 21 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2022, nummer 22-002784-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:72 · Hoge Raad: Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 27 juni 2022. Het beroep is echter pas ingesteld op 28 juli 2022. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2025.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/02859 Datum 21 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2022, nummer 22-002784-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.B. Lisi, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 In artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend (uitgereikt). 2.2 Volgens de stukken is de oproeping om op de terechtzitting van het hof van 27 juni 2022 te verschijnen aan de verdachte in persoon betekend.
Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder a, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 27 juni 2022. Het beroep is echter pas ingesteld op 28 juli 2022. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2025.