ECLI:NL:HR:2025:718 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03936 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:718 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03936 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03936 Datum 13 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000. 2.2 De klacht slaagt.
De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 tot en met 3.5 en 3.9 tot en met 3.12. 3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging (met inbegrip van de verbeurdverklaring); - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.