ECLI:NL:HR:2025:692 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03719 Datum 25 april 2025 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 6 september 2024, nr. 23/2205-V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 januari 2024. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:692 · Hoge Raad: 23/2205-V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 januari 2024. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03719 Datum 25 april 2025 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 6 september 2024, nr. 23/2205-V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 januari 2024. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald.
Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van een rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F.
Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025. Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.