Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:684 ECLI:NL:HR:2025:684 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:684 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:684
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/02837 Datum 25 april 2025 ARREST in de zaak van [X] tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juni 2023, nr. SGR 22/8332 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 maart 2023. 1Geding in cassatie [X] heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. [X] heeft een conclusie van repliek ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:684 · Hoge Raad: SGR 22/8332 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 maart 2023. 1Geding in cassatie [X] heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. [X] heeft een conclusie van repliek ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/02837 Datum 25 april 2025 ARREST in de zaak van [X] tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 juni 2023, nr. SGR 22/8332 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 maart 2023. 1Geding in cassatie [X] heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. [X] heeft een conclusie van repliek ingediend.

2Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.