Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:663 ECLI:NL:HR:2025:663 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:663 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:663
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/00596 Datum 25 april 2025 ARREST In de zaak van [Stichting Administratiekantoor] [A], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep, hierna: KvZ, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep, hierna: Rabobank, advocaat: J.W.M.K. Meijer. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/643696 / HA ZA 18-181 van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2020 en 3 februari 2021; b. het arrest in de zaak 200.291.976/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 november 2023.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:663 · Hoge Raad: van Swaaij, tegen COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep, hierna: Rabobank, advocaat: J.W.M.K. Meijer. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/643696 / HA ZA 18-181 van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2020 en 3 februari 2021; b. het arrest in de zaak 200.291.976/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 november 2023.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/00596 Datum 25 april 2025 ARREST In de zaak van [Stichting Administratiekantoor] [A], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep, hierna: KvZ, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep, hierna: Rabobank, advocaat: J.W.M.K. Meijer. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/643696 / HA ZA 18-181 van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2020 en 3 februari 2021; b. het arrest in de zaak 200.291.976/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 november 2023.

KvZ heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Rabobank toegelicht door haar advocaat en door M.H.K. Jansen en W.P.J. van Keulen. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van KvZ heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2Beoordeling van het middel in het principale beroep De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld.

De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling. 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het principale beroep; - veroordeelt KvZ in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 16.410,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien KvZ deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.