Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:652 ECLI:NL:HR:2025:652 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:652 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:652
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00534 B Datum 22 april 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 12 december 2023, nummer RK 22/023095, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de klaagster.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:652 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00534 B Datum 22 april 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 12 december 2023, nummer RK 22/023095, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de klaagster.

Keywords

AI generated
artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering
artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering
In de toelichting op de cassatiemiddelen wordt daartoe aangevoerd dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de begrippen ‘belanghebbende’ en ‘toekomen’ in de zin van artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00534 B Datum 22 april 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 12 december 2023, nummer RK 22/023095, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de klaagster.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De raadsman van de klaagster, Y.E.A. Buruma, advocaat in ’sGravenhage, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan. De raadsman van de klaagster heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 Het eerste cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank de klaagster ten onrechte ontvankelijk heeft geacht in haar beklag.

Het tweede cassatiemiddel klaagt over de gegrondverklaring van het beklag. In de toelichting op de cassatiemiddelen wordt daartoe aangevoerd dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de begrippen ‘belanghebbende’ en ‘toekomen’ in de zin van artikel 552b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). 2.2 De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 24/00529 B, ECLI:NL:HR:2025:651. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.