Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:644 ECLI:NL:HR:2025:644 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:644 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:644
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01383 Datum 25 april 2025 ARREST In de zaak van 1. [Beheer] B.V., gevestigd te [plaats], 2. [Holding] B.V., gevestigd te [plaats], 3. [eiseres 3] B.V., gevestigd te [plaats], EISERESSEN tot cassatie, hierna gezamenlijk: [eiseressen], advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: ABN AMRO, advocaat: F.E. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/670363 / HA ZA 19-850 van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2020 en 23 december 2020; b. het arrest in de zaak 200.290.831/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2024. [eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:644 · Hoge Raad: ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat en door P.B. Fritschy en T.A. van Polanen. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01383 Datum 25 april 2025 ARREST In de zaak van 1. [Beheer] B.V., gevestigd te [plaats], 2. [Holding] B.V., gevestigd te [plaats], 3. [eiseres 3] B.V., gevestigd te [plaats], EISERESSEN tot cassatie, hierna gezamenlijk: [eiseressen], advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: ABN AMRO, advocaat: F.E. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/13/670363 / HA ZA 19-850 van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2020 en 23 december 2020; b. het arrest in de zaak 200.290.831/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2024. [eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat en door P.B. Fritschy en T.A. van Polanen. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 8.206, -- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.