Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:62 ECLI:NL:HR:2025:62 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:62 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:62
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01232 Datum 14 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024, nummer 22-002392-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:62 · Hoge Raad: Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. 2.3 Het cassatiemiddel slaagt. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.

Keywords

AI generated
artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering
Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01232 Datum 14 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024, nummer 22-002392-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken. 2.2 Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken.

Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. 2.3 Het cassatiemiddel slaagt. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.