Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:583 ECLI:NL:HR:2025:583 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:583 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:583
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00930 Datum 27 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 maart 2024, nummer 22-001318-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:583 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00930 Datum 27 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 maart 2024, nummer 22-001318-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00930 Datum 27 mei 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 maart 2024, nummer 22-001318-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten E.A. Blok en J. Vermaat bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel komt op tegen de (motivering van de) bewezenverklaring. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.