Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:582 ECLI:NL:HR:2025:582 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:582 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:582
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03827 Datum 22 april 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-000303-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:582 · Hoge Raad: Beoordeling van de schrifturen die namens de benadeelde partijen zijn ingediend Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Als zo’n cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schrifturen voldoen niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moeten blijven. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.

Keywords

AI generated
artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering
Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03827 Datum 22 april 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-000303-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en R.L. Vermeulen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Namens [benadeelde 1] heeft de advocaat H.W. Leemans bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Namens [benadeelde 2] heeft de advocaat M. Ferwerda bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. De advocaat van [benadeelde 2] heeft daarop eveneens schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld 2.1 Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 17.

3. Beoordeling van de schrifturen die namens de benadeelde partijen zijn ingediend Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Als zo’n cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schrifturen voldoen niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moeten blijven. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.