ECLI:NL:HR:2025:515 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/04404 Datum 8 april 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2022, nummer 21-000186-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:515 · Hoge Raad: Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren. 5Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/04404 Datum 8 april 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2022, nummer 21-000186-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Sytema bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de (motivering door het hof van de) bewezenverklaring van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie.
De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.10. 3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde beïnvloeden van een getuige. 3.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.8. 4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren. 5Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J.
Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.