Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:452 ECLI:NL:HR:2025:452 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:452 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:452
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01302 Datum 25 maart 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2023, nummer 23-002827-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:452 · Hoge Raad: “De raadsman van de verdachte overhandigt een op schrift gesteld verzoek en draagt dit voor, kort gezegd inhoudende het verzoek tot het horen van de getuige [benadeelde] .” 2.3 Het op schrift gestelde verzoek dat in het proces-verbaal van deze terechtzitting is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat dit op schrift gestelde verzoek niet meer beschikbaar zal komen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01302 Datum 25 maart 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2023, nummer 23-002827-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde, de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de [benadeelde] , tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2023 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat een op schrift gesteld en op die terechtzitting overhandigd en voorgedragen verzoek tot het horen van [benadeelde] als getuige, zich niet bij de stukken bevindt. 2.2 Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt onder meer in:

“De raadsman van de verdachte overhandigt een op schrift gesteld verzoek en draagt dit voor, kort gezegd inhoudende het verzoek tot het horen van de getuige [benadeelde] .” 2.3 Het op schrift gestelde verzoek dat in het proces-verbaal van deze terechtzitting is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat dit op schrift gestelde verzoek niet meer beschikbaar zal komen.

Daardoor is niet duidelijk wat de verdediging heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar verzoek tot het (opnieuw) horen van de getuige en of de afwijzing van het verzoek door het hof toereikend is gemotiveerd. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde en de strafoplegging; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.