Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:401 ECLI:NL:HR:2025:401 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:401 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:401
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/04076 Datum 14 maart 2025 ARREST tot het vervallen verklaren van het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2025, nr. 24/04076, ECLI:NL:HR:2025:187, dat is gewezen op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024, nrs. BK-ARN 23/413 en 23/414. 1Grond voor de vervallenverklaring 1.1 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Bij bericht van 12 november 2024 heeft de griffier belanghebbende erop gewezen dat het beroepschrift in cassatie geen gronden bevat en dat dit verzuim binnen een termijn van zes weken moet worden hersteld. 1.2 Bij arrest van 7 februari 2025 met het zaaknummer 24/04076, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep in cassatie ontbraken. 1.3 Nadat het arrest van 7 februari 2025 was gewezen, is gebleken dat de gronden van het beroep in cassatie op 5 december 2024, dus binnen de in het bericht van 12 november 2024 gestelde termijn, door de Hoge Raad waren ontvangen, maar niet in het digitale dossier van deze zaak zijn opgenomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:401 · Hoge Raad: Het arrest van 7 februari 2025 moet daarom vervallen. 1.4 De behandeling van de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin het geding zich bevond toen het arrest van 7 februari 2025 werd gewezen. 2Beslissing De Hoge Raad: - verklaart het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2025, nr. 24/04076, vervallen, en - bepaalt dat het geding wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen het arrest van 7 februari 2025 werd gewezen. Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/04076 Datum 14 maart 2025 ARREST tot het vervallen verklaren van het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2025, nr. 24/04076, ECLI:NL:HR:2025:187, dat is gewezen op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024, nrs. BK-ARN 23/413 en 23/414. 1Grond voor de vervallenverklaring 1.1 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Bij bericht van 12 november 2024 heeft de griffier belanghebbende erop gewezen dat het beroepschrift in cassatie geen gronden bevat en dat dit verzuim binnen een termijn van zes weken moet worden hersteld. 1.2 Bij arrest van 7 februari 2025 met het zaaknummer 24/04076, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep in cassatie ontbraken. 1.3 Nadat het arrest van 7 februari 2025 was gewezen, is gebleken dat de gronden van het beroep in cassatie op 5 december 2024, dus binnen de in het bericht van 12 november 2024 gestelde termijn, door de Hoge Raad waren ontvangen, maar niet in het digitale dossier van deze zaak zijn opgenomen.

Het arrest van 7 februari 2025 moet daarom vervallen. 1.4 De behandeling van de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin het geding zich bevond toen het arrest van 7 februari 2025 werd gewezen. 2Beslissing De Hoge Raad: - verklaart het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 2025, nr. 24/04076, vervallen, en - bepaalt dat het geding wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen het arrest van 7 februari 2025 werd gewezen. Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2025.

ECLI:NL:GHARL:2024:6420.