ECLI:NL:HR:2025:37 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02929 Datum 10 januari 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 juni 2024, nr. 23/3154 ANW-PV, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 22/5757) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:37 · Hoge Raad: De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02929 Datum 10 januari 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 juni 2024, nr. 23/3154 ANW-PV, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 22/5757) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J.
Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025. ECLI:NL:CRVB:2024:1197.