ECLI:NL:HR:2025:301 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02723 Datum 18 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, nummer 23-000166-21, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:301 · Hoge Raad: De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02723 Datum 18 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, nummer 23-000166-21, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de persoon is die is aangeduid als NN1, althans dat de bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde in zoverre ontoereikend is gemotiveerd. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.