ECLI:NL:HR:2025:22 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00395 Datum 7 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2024, nummer 20-001887-21, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:22 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00395 Datum 7 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2024, nummer 20-001887-21, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00395 Datum 7 januari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2024, nummer 20-001887-21, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.