ECLI:NL:HR:2025:211 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00905 Br Datum 11 februari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 maart 2024, nummer RK 23/018340, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de klager.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:211 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00905 Br Datum 11 februari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 maart 2024, nummer RK 23/018340, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de klager.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00905 Br Datum 11 februari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 maart 2024, nummer RK 23/018340, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.