Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:207 ECLI:NL:HR:2025:207 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:207 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:207
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00848 Datum 11 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 februari 2023, nummer 20-003280-16, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:207 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00848 Datum 11 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 februari 2023, nummer 20-003280-16, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00848 Datum 11 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 februari 2023, nummer 20-003280-16, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring met klachten die zijn gericht tegen de motivering van de bewezenverklaring. 2.2 De klachten van het cassatiemiddel leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2. 3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. 3.2 Het cassatiemiddel is gegrond.

In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.