ECLI:NL:HR:2025:1968 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00573 Datum 19 december 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 januari 2025, nrs. BK-24/577 en BK-24/631, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/6179) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:1968 · Hoge Raad: BK-24/577 en BK-24/631, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/6179) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00573 Datum 19 december 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 januari 2025, nrs. BK-24/577 en BK-24/631, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/6179) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 3 oktober 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025. ECLI:NL:GHDHA:2025:77. ECLI:NL:PHR:2025:1069.