ECLI:NL:HR:2025:1964 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02671 Datum 19 december 2025 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024, nrs. BK-ARN 23/2376 en 23/2377. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Belanghebbende heeft in zijn beroep in cassatie verzocht de termijnoverschrijding voor het instellen van beroep in cassatie als verschoonbaar aan te merken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:1964 · Hoge Raad: BK-ARN 23/2376 en 23/2377. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Belanghebbende heeft in zijn beroep in cassatie verzocht de termijnoverschrijding voor het instellen van beroep in cassatie als verschoonbaar aan te merken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02671 Datum 19 december 2025 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024, nrs. BK-ARN 23/2376 en 23/2377. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Belanghebbende heeft in zijn beroep in cassatie verzocht de termijnoverschrijding voor het instellen van beroep in cassatie als verschoonbaar aan te merken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Wat belanghebbende in zijn beroepschrift in cassatie en in zijn brief van 8 augustus 2025 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
ECLI:NL:GHARL:2024:7097.