Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:191 ECLI:NL:HR:2025:191 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:191 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:191
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01381 Datum 7 februari 2025 ARREST In de zaak van 1. [eiseres 1] B.V., 2. [eiseres 2] B.V., 3. [eiseres 3] B.V., 4. [eiseres 4] B.V., 5. [eiseres 5] B.V., 6. [eiseres 6] B.V., 7. [eiseres 7] B.V., alle gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, hierna gezamenlijk: [eiseressen], advocaat: C.S.G. Janssens, tegen ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: ING, advocaat: F.E. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/13/663885 / HA ZA 19-341 van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2021; b. het arrest in de zaak 200.302.882/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2024. [eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:191 · Hoge Raad: ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ING mede door P. Smits. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01381 Datum 7 februari 2025 ARREST In de zaak van 1. [eiseres 1] B.V., 2. [eiseres 2] B.V., 3. [eiseres 3] B.V., 4. [eiseres 4] B.V., 5. [eiseres 5] B.V., 6. [eiseres 6] B.V., 7. [eiseres 7] B.V., alle gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, hierna gezamenlijk: [eiseressen], advocaat: C.S.G. Janssens, tegen ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: ING, advocaat: F.E. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/13/663885 / HA ZA 19-341 van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2021; b. het arrest in de zaak 200.302.882/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2024. [eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ING mede door P. Smits. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 februari 2025.