Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1872 ECLI:NL:HR:2025:1872 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1872 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1872
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01649 Datum 9 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2024, nummer 21-001959-22, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:HR:2025:1872 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie op de voet van artikel 80a RO. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft verzuimd de aftrek van artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht te bevelen ten aanzien van de taakstraf die naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte is opgelegd, omdat het hof die aftrek slechts heeft toegepast op het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf. 2.2 De verdachte heeft onvoldoende belang bij gegrondbevinding van de klacht.

Keywords

AI generated
artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01649 Datum 9 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2024, nummer 21-001959-22, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie op de voet van artikel 80a RO. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft verzuimd de aftrek van artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht te bevelen ten aanzien van de taakstraf die naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte is opgelegd, omdat het hof die aftrek slechts heeft toegepast op het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf. 2.2 De verdachte heeft onvoldoende belang bij gegrondbevinding van de klacht.

De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Daarom zal de Hoge Raad gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.