Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1734 ECLI:NL:HR:2025:1734 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1734 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1734
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00081 Datum 21 november 2025 BESCHIKKING In de zaak van [de moeder] , wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de moeder, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [de vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: de vader, advocaat: C.G.A. van Stratum. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/05/427003/FA RK 23-3453 van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2024; b. de beschikking in de zaak 200.339.451/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2024.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1734 · Hoge Raad: De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2.2 De Hoge Raad ziet geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 november 2025.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00081 Datum 21 november 2025 BESCHIKKING In de zaak van [de moeder] , wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de moeder, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [de vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: de vader, advocaat: C.G.A. van Stratum. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/05/427003/FA RK 23-3453 van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2024; b. de beschikking in de zaak 200.339.451/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2024.

De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De vader heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor de moeder toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad zal geen acht slaan op de bij die reactie gevoegde bijlage. 2Beoordeling van het middel 2.1 De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking.

De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2.2 De Hoge Raad ziet geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 november 2025.